Kort na de Tweede Wereldoorlog ging Bas van Etten naast zijn werk op de Berkelse veiling als loonfrezer bij naburige tuinders aan de slag. In 1962 kwam zoon Jaap er op 18-jarige leeftijd bij, ongeveer rond de tijd dat zijn vader naast het frezen ook machinaal was gaan spitten. Het duurde bijna tien jaar eer het eerste personeelslid werd aangenomen. De daarop volgende tien jaar groeide het aantal medewerkers met gemiddeld een per jaar. Vanaf de tweede helft van de jaren tachtig kwam de groei er pas echt in. Schaalvergroting in de tuinbouw en de verplaatsing van tuinbouwbedrijven van met name het Westland naar de 3B-hoek waren daarvoor de oorzaak.
Uiteraard had deze groei tot gevolg dat er in die jaren veel geïnvesteerd werd in voertuigen en machines. Naast enkele tientallen tractoren met egaliseer- en ander aanbouwmachines werden diverse kleine en grote graafmachines aangeschaft om al het voorkomende voor de steeds groter wordende tuinbouwprojecten uit te kunnen voeren, zowel voor de tuinder zelf, als voor de kassenbouwer en diverse installatiebedrijven.
Om de bezettingsgraad van de graafmachines zo optimaal mogelijk te maken, werd tijdens periodes tussen diverse tuinbouwprojecten begonnen met de verhuur van deze machines aan aannemingsbedrijven. Was het bedrijf de eerste vijfentwintig jaar van haar bestaan geheel agrarisch, door deze verschuiving van werk voor toeleveranciers en aannemingsbedrijven daalde dit percentage naar ca. 80 procent.

Verhuizing

In 2003 werd bekend dat het bedrijf zich niet langer kon huisvesten aan de Leeweg. Gemeente Berkel en Rodenrijs voorzag op de plek waar het loonbedrijf gevestigd was een nieuwbouwwijk en gaf het bedrijf geen vergunning meer om het voort te zetten.
Naast deze gedwongen verhuizing was ook de gestage groei van het bedrijf een belangrijke reden om te verkassen en zodoende begon een lange zoektocht naar een geschikte locatie.

Eind 2005 werd een geschikte plek gevonden: Leeuwenhoekweg 66 in Bergschenhoek. Pal naast de grote weg, een geschikte uitvalsbasis naar alle tuinders in de omgeving.
Het onderkomen was voorheen in gebruik als koel-vrieshuis van een producent van pulp voor vruchtensappen dus de temperatuur in de hallen moest met de nodige graden stijgen voor er met de verbouwing begonnen kon worden. De hallen werden voorzien van nieuwe roldeuren, lichtkoepels in de werkplaats waar de machines worden onderhouden en beplating in Van Etten-rood-wit. Twee hallen werden omgebouwd tot werkplaats, een tot lasplaats en een vierde als wasplaats voor de machines en wagens.

Waar de grondverzetmachines, trekkers, kranen en ander materieel in Berkel en Rodenrijs nog grotendeels buiten stonden, kan het hele machinepark nu in z’n geheel gestald worden in verschillende hallen waarbij de eerste de beste sporthal maar magertjes afsteekt.

Met 21.000 vierkante meter oppervlak kan het bedrijf voorlopig vooruit!